Algehele verschijning en karakter
Een rustieke, levendige en intelligente hond met een trotse blik en een innemend karakter. Erg trouw aan de herder en diens kudde. Gereserveerd tegenover vreemden. Een attent waker, goed bestand tegen warmte, kou en alle andere weersomstandigheden. Eenvoudig voedsel is voor deze hond voldoende om onder de meest extreme omstandigheden te kunnen werken.
Gebruik
bij het hoeden van de kudde komt dit ras wezenlijk tot zijn recht, niet alleen op bevel van de herder, maar ook in staat zelfstandig beslissingen nemen, waarbij het opvalt met welk gemak de kudde wordt geleid. Geen enkel dier krijgt de kans zich van de andere af te scheiden.
Vanwege zijn onverschrokkenheid en durf ook gebruikt als waakhond. Een uitstekende gezelschapshond door zijn grootte, vachtstructuur, slimheid en trouw.
Een goed geproportioneerde, middelgrote hond met goede hoekingen en een adequate vacht. Iets langer dan hoog, ongeveer in de verhouding 9:8.
Hoogte: 47 tot 55 cm voor reuen, 45 tot 53 cm voor teven
Het hoofd
Algemeen beeld: krachtig, licht gewelfd met een brede basis zonder zwaar te zijn, goed in proportie met de rest van het lichaam. De verhouding tussen de schedel en de snuit is 4:3. Het hoofd mag niet lijken op dat van de Pyreneese Herdershond of dat van de Briard.
Schedel
de lengte van de schedel is iets groter dan de breedte. Er is een duidelijke groef die vervlakt en eindigt in een duidelijke achterhoofdsknobbel. Het schedeldak is licht gewelfd. In het midden kan een kleine inzinking zichtbaar zijn. De oogkassen zijn goed ontwikkeld, vooral de beenderen op de plaats van de wenkbrauwen.
Stop
goed zichtbaar, maar niet al te geprononceerd.
Snuit:
rechte, kegelvormige, wat korte snuit.
Neus
neuslijn recht in verhouding met het hoofd. De neuspunt behoort zwart te zijn.
Lippen
stevig en strak. De onderlip mag niet uithangen. De lippen en het gehemelte horen zwart gepigmenteerd te zijn.
Gebit
een flink, wit en krachtig schaargebit.
Ogen
goed geopend, expressief met een levendige en intelligente blik. Rond van vorm, amberkleurig of donker. De oogleden moeten zwart gerand zijn.
Oren
hoog aangezet, beweeglijk, zacht en niet dik. De vorm is driehoekig en eindigt in een punt.
Vlak hangend tegen het hoofd. De verhouding van breedte en lengte is 8:10.
Het geheel is bedekt met lange haren met aan het eind een “franje”.
Hals
Krachtig en gespierd, niet te lang met een grote soepelheid in beweging. Goed geplaatst tussen de schouders.
Romp
Iets lang, sterk, gespierd, straalt kracht en lenigheid uit.
Schoft
duidelijk uitkomend.
Rug
recht, niet opgetrokken, met een kruis dat of iets hoger, of gelijk, of iets lager ligt dan de schofthoogte. Uiterlijk valt dit verschil niet op door de hoeveelheid haar op het kruis wat in het voordeel kan werken.
Kruis
robuust en gespierd, vloeiend afgerond.
Borst
breed, goed ontwikkeld, reikt tot aan de ellebogen. De ribben zijn boogvormig, niet vlak, zodat er voldoende longcapaciteit bereikt kan worden voor het werk.
Buik en flanken
buik licht opgetrokken met korte flanken, gespierd en goed begrensd.
Voorhand
De voorbenen zijn krachtig, vlak en droog. Kaarsrecht zowel van voren als van opzij gezien. De afstand van de elleboog tot aan de schoft is ongeveer gelijk aan de afstand van de elleboog tot aan de grond.
Schouder
krachtig gespierd en schuinaflopend.
Bovenarm
stevig en gespierd met aan elkaar evenwijdig lopende ellebogen, die goed aangesloten moeten liggen, noch te los, noch te vast. De hoek die het schouderblad met de bovenarm maakt is ongeveer 110°.
Onderarm
recht en stevig. De hoek van onder- en bovenarm is ongeveer 135°. De handwortel ligt in het verlengde van de onderarm. De lengte ervan is korter dan de onderarm.
Voeten
ovaal met harde zwarte zolen. De huid tussen de tenen is goed zichtbaar en bedekt met veel haar.
Nagels
zwart en sterk.
Achterhand
Sterk, gespierd en goed gehoekt. Het geheel drukt kracht en lenigheid uit.
Bovenbeen
lang, breed en gespierd met sterke botten. De hoek van het kruisbeen en bovenbeen is ongeveer 115°.
Knie
bottig en sterk gespierd. De hoek van bovenbeen en onderbeen is ongeveer 120°.
Spronggewricht
tamelijk laag geplaatst. Evenwijdig aan elkaar lopend en duidelijk begrensd. De hoek ten hoogste 140°.
Middenvoet
tamelijk kort, stevig en recht op de grond.
Voeten
gelijk aan de voorste, achter evenwel met een dubbele Hubertusklauw voorzien van bot.
Deze zijn laag aangezet en met elkaar en met de eerste teen van de voet d.m.v. een dunne huid verbonden.
Staart
Laag aangezet. Lang tot even over het spronggewricht of kort (niet meer dan 10 cm). In rust recht afhangend of in de vorm van een sabel. In beweging vrolijk opgeheven maar nooit de rug rakend. Bedekt met overvloedig zacht golvend haar.
Gangwerk
Vloeiend wat typerend is voor herdershonden. Omdat men de galop alleen in grote ruimten kan laten zien, is in de ring de verkorte draf de gewoonte, die karakteristiek is voor honden met Hubertusklauwen.
Huid
Tamelijk dik, strak op hoofd en lichaam en goed gepigmenteerd.
Beharing
Lang en sluik met weinig krul. Droog, niet zijdeachtig. Overvloedige bovenvacht vooral op de achterhand.
Het hoofd voorzien van haren die de baard, de snor en de wenkbrauwen vormen, welke laatste toch de ogen laten zien.
Staart en poten goed behaard.
De rui geschiedt in twee gedeelten: eerst het voorste deel van de hond, waarbij men de indruk krijgt dat het om twee halve honden met verschillend haar gaat. Daarna het achterste gedeelte, waardoor weer een geheel ontstaat.
Kleur
Van verre lijkt de hond éénkleurig met lichtere ledematen. Nader bekeken blijkt de kleur te bestaan uit verschillende tinten: roestbruin, roodbruin, zandkleur, grijs, wit en zwart. De vachtkleuren als resultaat van deze mengeling zijn: licht-, middel- en donker roestbruin; licht-, middel- en donker zandkleur vermengd met donkere en lichte haren; grijs gevormd door witte, grijze en zwarte haren met tinten van zilvergrijs tot zwartgrijs. Als zwart de overhand heeft en dit gecombineerd is met witte haren, ontstaat een soort zwart met zilverkleur er doorheen. Ook black and tan exemplaren komen voor. Zwarte of witte aftekening is niet toegestaan. Wat wit haar op de borst of op de tenen (niet tezamen met een witte nagel) wordt geaccepteerd. |